Groep 6

In groep 6 beginnen wij de dag meestal met een verhaaltjessom. Deze staat op het bord, de kinderen moeten het verhaaltje lezen en kijken wat de som is die ze moeten uitrekenen. Vervolgens rekenen zij deze uit en schrijven het antwoord op in hun schrift. Vanaf medio november beginnen de kinderen de dag met Typetuin; in groep 6 leren de kinderen hoe ze (snel) moeten typen op een computer. Deze vaardigheid wordt steeds belangrijker voor later. De kinderen leren typen met het programma Typetuin en zijn daar een periode lang 1x een kwartier thuis en 1x een kwartier op school intensief mee bezig zodat ze goed en snel leren typen!

In de ochtend staan verder rekenen, taal en spelling op het programma. Wij werken met rekenen met de methode Wereld in Getallen. Wij beginnen hier met het herkennen van breuken, moeten de tafels uit ons hoofd kennen omdat we ook met grotere getallen vermenigvuldigingen gaan maken, maken grote deelsommen en gaan flink aan de slag met het meten van lengtematen, inhoudsmaten en gewicht. Daarnaast leren wij hoe je de oppervlakte en omtrek uit moet rekenen, hoe je met een verhoudingstabel werkt en leren we getallen uitspreken tot 100.000.

Voor taal en spelling werken wij met de methode Staal. Met spelling leren de kinderen verschillende regels uit hun hoofd met de bijbehorende categorienaam. Elke les herhalen wij de aangeboden categorieën, doen wij een oefen dictee en maken we de verwerking in het werkboek. Wat we niet af hebben van het werkboek maken we verder tijdens de weektaak. Een voorbeeld van een categorie van Staal is het Kilowoord. De regel die hierbij hoort is: Kilowoord. Ik hoor de /ie/, maar ik schrijf de i. De kinderen hebben een zogenaamde “Staalkaart” waarop ze de plaatjes zien die bij de categorieën horen.

De methode Staal koppelt spelling aan grammatica. De kinderen leren bijvoorbeeld hier de persoonsvorm en het onderwerp en gaan aan de slag met leestekens. Daarnaast leren de kinderen verschillende woordsoorten, zoals een samenstelling, zelfstandig naamwoord en het bijvoeglijk naamwoord. In groep 6 leren de kinderen ook het toepassen van de werkwoordspelling in de tegenwoordige tijd.

Met taal leren de kinderen heel veel nieuwe woorden, die ze vaak moeten toepassen in de lessen. De taallessen zijn zo opgebouwd dat de kinderen de eerste twee weken kennis vergaren over een bepaald thema, waarna zij in de derde week een eindproduct maken die hiermee te maken heeft, bijvoorbeeld het schrijven van een verhaal. Het eindproduct wordt afgesloten met een presentatie hiervan. Elk thema werkt dus van impressie (kennis opdoen) naar expressie (presenteren). In elke les krijgt de leerling ingrediënten aangeboden die nodig zijn om de eindopdracht te kunnen maken.

In de middag werken wij vaak aan de volgende vakken: Engels met de methode Groove Me, Wereldoriëntatie met Blink, Technisch lezen met Estafette, Begrijpend lezen via Nieuwsbegrip, verkeer met de verkeerskranten, Sociale vaardigheden, expressie, programmeren en oefenen wij vaak extra op het gebied van taal, rekenen en spelling met behulp van de Chromebooks.

De topografie van Nederland leren de kinderen in groep 6 uit hun hoofd. Hier zullen ze ook huiswerk voor mee naar huis krijgen. Verder krijgen de kinderen af en toe huiswerk mee naar huis om alvast aan het idee te wennen dat ze in groep 7 vaker huiswerk meekrijgen.

Met programmeren doen wij aan Code.org en werken wij met de Lego Wedo 2.0. Dit is een soort robot, die we vanaf de iPad kunnen programmeren/besturen.

In groep 6 werken wij ook met een weektaak. We moeten zorgen dat in een week tijd drie onderdelen af zijn: rekenen, schrijven en spelling.

Snel naar